Wet Medezeggenschap Cliënten Zorginstellingen (WMCZ)

De WMCZ is in werking getreden omdat de zorgverlening aan mensen die wonen in een instelling direct ingrijpt in de persoonlijke levenssfeer. Door de adviezen van dit inspraakorgaan te volgen kan de zorgverlening afgestemd worden op de wensen en behoeften van de cliënten. Dit komt de kwaliteit van zorg ten goede (De raad is dus een inspraak- en advies orgaan). De voornaamste taak van de cliëntenraad is het behartigen van de gemeenschappelijke belangen van de cliënten die op de zorg van een instelling zijn aangewezen. De raad overlegt met het bestuur van de instelling en denkt mee over onderwerpen die voor cliënten van belang zijn (VWS, 1996).

De Wet Medezeggenschap Cliënten Zorginstellingen (WMCZ) kent de cliëntenraad een aantal adviesrechten toe. Hieronder wordt uitgelegd welke dit zijn en wat ze inhouden.

Adviesrechten van de cliëntenraad (art. 3 WMCZ)

De adviesrechten van de cliëntenraad vormen de kern van de WMCZ. (zie art. 3 lid 1 WMCZ). De zorgaanbieder moet de cliëntenraad in de gelegenheid stellen advies uit te brengen over een voorgenomen besluit dat onder de werking van de WMCZ valt. De cliëntenraad moet in een zodanig stadium gevraagd worden dat de cliëntenraad voldoende tijd heeft om een weloverwogen standpunt te kunnen bepalen. En dat de cliëntenraad vervolgens door middel van zijn advies daadwerkelijk de besluitvorming kan beïnvloeden (zie. art. 3 lid 2 WMCZ).

De cliëntenraad kan ook altijd naast een gevraagd advies, een ongevraagd advies uitbrengen over voor cliënten belangrijke besluiten (zie art. 3 lid 3 WMCZ). Daarvoor gelden dezelfde regels als voor gevraagde adviezen. Daarnaast bestaat er een belangrijk verschil tussen adviesrecht en verzwaard adviesrecht.

Adviesrecht


Als de cliëntenraad alleen adviesrecht heeft dan moet de zorgaanbieder met betrekking tot een bepaald voorgenomen besluit de cliëntenraad eerst (schriftelijk) advies vragen. Vervolgens zal de cliëntenraad een advies uitbrengen. Is dit in overeenstemming met het voorgenomen besluit, dan zal de zorgaanbieder het besluit kunnen uitvoeren. Is het advies negatief over het voorgenomen besluit, dan zal de zorgaanbieder nog eenmaal met de cliëntenraad dienen te overleggen voordat hij het besluit mag uitvoeren. (zie art. 4 lid 1 WMCZ).

Verzwaard adviesrecht

Dit adviesrecht geeft de cliëntenraad meer mogelijkheden om het uitvoeren van het besluit te beïnvloeden. De hiervoor geschetste procedure wordt wederom gevolgd. Alleen op het moment dat de zorgaanbieder en de cliëntenraad het in het laatste gesprek nog steeds oneens zijn, kunnen beiden het geschil voorleggen aan de landelijke Commissie van Vertrouwenslieden (zie art. 4 lid 2 WMCZ). Deze commissie kan bemiddelen of een bindende uitspraak doen.
Artikel 3 lid 1. J.  ‘de systematische bewaking, beheersing of verbetering van de aan de cliënten te verlenen zorg” geeft de cliëntenraad verzwaard adviesrecht over bewaking, beheersing of verbetering van de kwaliteit van de zorg.

Het is voor een cliëntenraad belangrijk om te weten dat de zorgaanbieder verplicht is de cliëntenraad 'tijdig, en desgevraagd schriftelijk, alle inlichtingen en gegevens te verstrekken die deze voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig heeft' (zie art. 5 lid 1 WMCZ). Daarnaast is de zorgaanbieder verplicht om de cliëntenraad schriftelijk over het genomen besluit te informeren. Als de zorgaanbieder een besluit neemt dat afwijkt van het advies van de cliëntenraad, dan dient de zorgaanbieder zijn besluit te motiveren (zie art. 4 lid 3 WMCZ).